|
Art. 1.
Niemand zal te Workum een vragtwaagen of chais mogen houden,
of verhuren, ten zy dezelve daar toe van de Magistraat
vryheit by behoorlijke actie zal hebben bekomen, op boete
van 6 Carolus Guldens voor de eerste, 12 Carolus Guldens
voor de tweedemaal, en voorts op arbitrale correctie.
Art.
2.
Ieder Voerman zal moeten hebben goede paarden, waagen, en
chais; zullende de Magistraat, wanneer goedvind, daar van
schouwinge mogen neemen, en 't geen onbekwaam is afkeuren,
en 't gebreekige doen herstellen, of vernieuwen binnen
bepaalden tyd, op boete van een pond groot in geval van
overtreedinge daar van te verbeuren.
Art.
3.
Geen Voerluiden zullen knegts mogen laaten ryden, als welke
ten minsten 18 jaaren oud zyn, en welke van de Magistraat
daar toe bekwaam zyn geoordeelt, op verbeurte insgelyks van
6 Car. Guldens.
Art.
4.
De Voerluiden zullen onder wegs niet lang ofte onbehoorlyk
pleisteren, maar hun reis zoo spoedig doenlyk vervorderen,
en zullen niet meer als deese Lyst bepaald mogen vraagen,
insgelyks geene kosten van hun of hunne paarden of anderzins
ten laste van de Passagiers brengen, of om eenig fooy of
biergeld vergen op boete als vooren.
Art.
5.
Wanneer een Wagenaar of zyn knegt in zyn dienst als Voerman
dronken wordt bevonden, zal de Wagenaar daar over verbeuren
3 Carolus Guldens voor de 1ste, 6 Car.Guldens voor de tweede
reis, en op verbeurte van den Reed voor de 3de reis; en zal
wanneer bevonden wordt dat een Voerman door dronkenschap of
moetwil een waagen heeft omgement, ingelyks dezelve van zyn
Reed zyn verstooken, en voorts na exigentie van zaaken
gestraft worden.
Art.
6.
De Weegen eenigzins bruikbaar zynde zal geen Voerman op
behoorlyke tyd den reis na de bepaalde plaatsen mogen
weigeren, op poene dat men zig derwaards ten zynen kosten
met een Rytuig zal mogen laaten brengen.
Art.
7.
Zoo wie een Rydtuig heeft afgehuurd, en om andere reedenen
dan reegen of onweeder het zelve afzegt, zal daar voor een
vierde deel van den vragt betaalen.
Art.
8.
Yemand uit de Veerscheepen over Zee, ofte van elders
komende, en geen Burger van Workum zynde, zal, zoo een
Rytuig na de bepaalde plaatsen begeert, zig in de eerste
plaats vervoegen aan den Zylman op de Workumer Zyl, deeze
geen Rydtuig meer hebbende, zal zig kunnen vervoegen by een
ander Wagenaar, welke ingelyks voor de bepaalde vragtloonen
hem zal moeten bedienen; zullende egter een Burger of
Ingezeeten van Workum terstond een Wagenaar mogen verkiesen
welken hy wil.
Art.
9.
Yemand met een Rytuig na de gespecificeerde plaatsen gebragt
zynde, en met het zelve weeder terug willende ryden zal
zulks geduurdende dien dag kunnen doen, mits dan aan den
Wagenaar voor zyn vertoeven betalende 12 stuivers, zonder
iets meer voor het te rug ryden schuldig te zyn.
Art.
10.
Een ofte meer persoonen van een Rytuig na de gestelde
plaatsen gebruik maakende, zullen te vreeden moeten zyn
derwaards langs de korste weegen gebragt te worden; en wie,
om reedenen, langs andere weegen begeert te ryden, zal daar
voor boven de gestelde vragtloonen aan den Wagenaar moeten
voldoen.
Art.
11.
Op tyden van kermissen in de gespecificeerde plaatsen zullen
de Wagenaars alleen verpligt zyn een over Zee gekomen
Vreemdeling derwaards te brengen voor de gestelde
vragtloonen, op dat dezelve in zyn reis niet worde
verhinderdt.
Art.
12.
Van koffers of zwaare pakken, welke in of aan het Rydtuig
kunnen geplaatst worden zal op accoord, voor 't afryden te
bepaalen, worden betaald, doch van kleine pakken of doosen,
welke buiten hinder van andere kunnen geborgen worden, zal
niets worden betaaldt.
Art.
13.
By aldien de Voerluiden op Leuwaarden, de Lemmer,
Franeker, Harlingen, en Sneek, zoo laat
op den dag worden afgewonnen, dat niet voor Zons ondergang
op die plaatsen komen, zullen voor hun nagtverblyf aldaar,
boven de bepaalde vragtlonen van den Huurder genieten.voor
een Wagen of Chais met twee Paarden 14, voor een Chais met
een Paard 18.
Art.
14.
De Zomer Vragten worden gerekend te lopen van den 1sten
Maart tot aan den 1sten
November, en de Wintervragten van den 1sten
November tot aan den 1sten
Maart.
Art.
15.
De Voerlieden zullen tot het waarnemen van de Wintervragten
niet verpligt zyn, wanneer het binnen water bevroren is. Des
zullen in die tyd die geene, welke met Rydtuig begeren
vervoerd te worden, niet verlegen laten, maar in billykheid
met dezelve over den vragt accorderen.
|
van
Workum |
|
Voor een Wagen van 4. Personen,
of Chais met 2 Paarden |
Voor een Chais
met 1. Paard |
|
op
Leuwaarden |
s' Zomers
s' Winters |
6 - 10 - :
9 - 10 - : |
3 - 10 - :
5 - : - : |
|
op de
Lemmer |
s' Zomers
s' Winters |
6 - : - :
9 - : - : |
3 - : - :
4 - 10 - : |
|
op
Franeker |
s' Zomers
s' Winters |
5 - : - :
7 - 10 - : |
3 - : - :
4 - : - : |
|
op
Harlingen |
s' Zomers
s' Winters |
4 - 6 - :
5 - 10 - : |
2 - 10 - :
3 - 6 - : |
|
op Sneek |
s' Zomers
s' Winters |
4 - : - :
6 - : - : |
2 - 10 - :
3 - 10 - : |
|
op
Stavoren |
s' Zomers
s' Winters |
3 - 10 - :
5 - : - : |
2 - : - :
3 - : - : |
|
op
Bolsward |
s' Zomers
s' Winters |
2 - 4 - :
3 - 4 - : |
1 - 8 - :
2 - : - : |
|
op
Makkum |
s' Zomers
s' Winters |
2 - : - :
2 - 10 - : |
1 - 5 - :
1 - 10 - : |
|
op
Coudum |
s' Zomers
s' Winters |
2 - : - :
2 - 16 - : |
1 - 4 - :
1 - 10 - : |
|
op
Hindelopen |
s' Zomers
s' Winters |
1 - 8 - :
2 - : - : |
1 - : - :
1 - 8 - : |
Bovenstaande Vragtlonen zal een Huurder aan den Wagenaar
boven alle Tollen, Schouw- en Sluitgelden vry moeten
betalen.
Aldus
geresolveerd, en by Correctie en ampliatie van vorige
Reglementen gesteld den 10 February 1784. in kennisse van
ons Pręsident en Secretaris was get.)
R.
Ackringa, D. Tieboel |